Op perceel Duigemhof is een langetermijnproef opgestart die de komende vijf jaar verschillende landbouwstrategieën naast elkaar zal testen. Het doel? Inzicht krijgen in hun impact op bodemkwaliteit, gewasopbrengst en financiële haalbaarheid.
Op het perceel worden vijf strategieën met elkaar vergeleken:
- Strategie ‘Klassiek akkerbouw ploegen’
Een klassiek akkerbouwsysteem waar geploegd wordt. Gewasbescherming en bemesting gebeuren volgens de gangbare landbouwpraktijk, op basis van advies en IPM. - Strategie ‘Klassiek akkerbouw niet-kerend’
Een klassiek akkerbouwsysteem waar niet-kerend gewerkt wordt. Gewasbescherming en bemesting gebeuren volgens de gangbare landbouwpraktijk, op basis van advies en IPM. - Strategie ‘Directzaai’
Binnen deze strategie wordt stapsgewijs toegewerkt naar een minimale bodembewerking en uiteindelijk naar directzaai. Waar nodig, worden voor gewasbescherming en bemesting chemische inputs gebruikt. - Strategie ‘Regeneratief’
In dit object worden de principes van regeneratieve landbouw maximaal toegepast: minimale bodemverstoring, een permanent bedekte bodem, verhoogde gewasdiversiteit, levende wortels gedurende een zo groot mogelijk deel van het jaar en de integratie van dieren in het landbouwsysteem. - Strategie ‘Biologisch’
Dit object wordt beheerd volgens het lastenboek van de biologische landbouw. Het type bodembewerking wordt per teelt afgestemd op de onkruiddruk en de weersomstandigheden, met een voorkeur voor een niet-kerende bodembewerking.
Voor elk systeem worden de gangbare praktijken toegepast, zodat de resultaten representatief zijn voor de praktijk. Met deze opzet willen we niet alleen de effecten op de bodem monitoren, maar ook opbrengsten en kosten nauwkeurig opvolgen.
20/07/2026
Onder goede omstandigheden en relatief vroeg kon de wintertarwe geoogst worden op het perceel. De vochtgehaltes lagen tussen de 12,2 en 14,5%. De opbrengsten voor de klassieke en directzaai strategie lagen rond de 12.5 ton/hectare (herrekend naar standaard vochtpercentage 14%). De opbrengst van de regeneratieve strategie lag significant lager, met een gemiddelde opbrengst van ongeveer 10.6 ton/ha. Nog een stuk lager lag de opbrengst van de biologische strategie, met een gemiddelde van 4.9 ton/ha (Figuur 4). Door de weersomstandigheden in het voorjaar kon er pas relatief laat drijfmest gevoerd worden op de biologische strook, waardoor de tarwe mogelijks al te groot stond.
Op de regeneratieve strook werd het stro gehakseld en op het perceel gelaten. Op deze manier wordt er gewerkt aan het organisch koolstofgehalte in de bodem. Er dient hierbij wel opgelet te worden voor stikstofimmobilisatie bij de groenbedekker die nadien gezaaid wordt. Om stikstofimmobilisatie te voorkomen kan er drijfmest bijgegeven worden. Door de extreem droge omstandigheden momenteel kon de groenbedekker nog niet gezaaid worden en werd er besloten geen drijfmest meer te voeren.
Voorjaar 2026
Op 14 april en 8 mei werd het perceel beoordeeld naar ziektedruk. Op het hele perceel werd bladvlekkenziekte waargenomen, zowel op 14 april als 8 mei. Op 14 april werd er een hogere druk gevonden in de strategieën ‘klassiek ploegen’, ‘klassiek nkb’, en ‘directzaai’, terwijl op 8 mei de druk hoger was in de strategieën ‘regeneratief’ en ‘bio’ (Figuur 3). We kozen, afhankelijk van de strategie, voor verschillende rassen. Voor bio ging dit om het ras Wendelin, voor de regeneratieve strategie kozen we voor een mengsel van Tomjol, Sverre en Horizon. De andere strategieën werden met Horizon ingezaaid. Een eerste algemene ziektebestrijding werd uitgevoerd op 8 mei in alle objecten buiten ‘regeneratief’ en ‘bio’. Een tweede bestrijding werd in alle objecten, buiten bio, uitgevoerd op 27 mei.
Bruine roest werd enkel waargenomen in de biologische strategie, terwijl meeldauw overal waargenomen werd buiten op het biologisch object. Gele roest werd pas waargenomen op het perceel op 8 mei, mogelijks in de hand gewerkt door de kleine koude dip begin mei. Enkel de strategieën ‘directzaai’ en ‘klassiek nkb’ werden aangetast.
Voorjaar 2026
In het voorjaar zagen we duidelijk een hogere onkruiddruk in de regeneratieve strategie. Ook in de strategie ‘biologisch’ werden meer onkruiden gevonden (Figuur 2). De hogere onkruiddruk in de regeneratieve strategie was voornamelijk toe te wijzen aan grassen, terwijl in de biologische strategie dit een mengeling was van grassen, heermoes, klaver en klaproos. In beide strategieën werd enkel mechanische onkruidbestrijding toegepast, met één wiedeg doorgang in het najaar (december) en één in het voorjaar (maart). In de bio-strategie werd begin april nog eens gewiedegd, wat niet meer mogelijk was in de regeneratieve strook door de onderzaai van de klaver.
17/06/2026
Op de regeneratieve strategie heeft de klaver onderzaai zich mooi ontwikkeld. Aangezien klaver tot de vlinderbloemigen familie behoort, is deze in staat zelf stikstof te fixeren. De plant doet dit in samenwerking met de Rhizobium bacterie. Deze bacterie leeft in wortelknolletjes van de klaverplant en zet stikstof om naar ammonium, dat bruikbaar is voor de plant. In ruil levert de klaver suikers voor de bacterie. Of de bacteriën actief zijn kan je makkelijk nakijken door een plant uit te graven: als de wortelknolletjes lichtroze zijn, zijn de bacteriën aanwezig en wordt er stikstof geleverd aan de klaver!
24/03/2026
De voorjaarsbemesting kon relatief laat uitgevoerd worden door de natte omstandigheden. In de objecten ploegen, niet kerend en directzaai werd een eerste fractie van 100 eenheden gespoten op basis van de stikstofindex. Omdat we in de strook agro-ecologisch de afhankelijkheid van het gewas van minerale stikstof willen reduceren, hebben we de eerste fractie hier gehalveerd. Op deze manier hopen we de plant te stimuleren om de exudatie hoog te houden, wat dan weer de symbiose met het bodemleven bevordert. Voor een efficiëntere omzetting van stikstof in aminozuren en eiwitten werd in de objecten ook zwavel toegevoegd. In het bio-object wordt er runderdrijfmest toegevoegd wanneer de omstandigheden dit toelaten.
23/03/2026
Het perceel droogt traag op tijdens het natte voorjaar waardoor de mechanische onkruidbestrijding in de regeneratieve en bio-strook een tijdje op zich liet wachten. Op 23 maart had het perceel voldoende draagkracht om te kunnen wiedeggen.
Figuur 1: Toestand op het perceel op 24 februari.
Tegelijkertijd met het wiedeggen werd er witte cultuurklaver ingezaaid in de regeneratieve strook aan een dichtheid van 6kg/ha. De onderzaai van klaver verbetert de bodemstructuur en kan onkruiden onderdrukken. Wanneer de klaver ondergewerkt wordt kan een deel van de gebonden stikstof benut worden door het volggewas.
Najaar 2025
Dit najaar werd er wintertarwe ingezaaid. We kozen voor de variëteit Horizon in de objecten Klassiek akkerbouw ploegen, Directzaai en Klassiek akkerbouw niet-kerende bodembewerking en voor Wendelin in de strategie Biologisch. Voor de strategie Regeneratief werd een mengsel van Tomjol, Sverre en Horizon ingezaaid.