In 2025 werd opnieuw een herbicideproef in bruine mosterd (Brassica juncea) uitgevoerd. Het doel was de selectiviteit en fytotoxiciteit van vier herbiciden te evalueren: drie middelen toegepast in vooropkomst en één in naopkomst. Elk middel werd toegepast in zowel een reguliere als een dubbele dosis, om de grenzen van hun selectiviteit in kaart te brengen.
Over het algemeen viel de zichtbare gewasschade dit jaar mee in vergelijking met 2024. In een vroeg groeistadium zagen we bij de drie vooropkomstmiddelen een lichte verkleuring of groeiremming. In latere stadia bleef enkel een lichte groeiremming zichtbaar. Bij één van deze middelen was er uiteindelijk zelfs geen verschil meer merkbaar met het controleperceel. Ook het naopkomstmiddel veroorzaakte een groeiremming.
De zaadopbrengst lag voor de meeste behandelingen op hetzelfde niveau als de controle. Enkel bij de naopkomstherbicide zien we wel een significant lagere zaadopbrengst.
De resultaten van vorig en dit jaar tonen dat drie van de vier middelen interessant kunnen zijn voor de teelt van bruine mosterd. Er wordt gewerkt aan een erkenning.
Intussen is Devrinol erkend in de teelt van bruine mosterd. De werkzaamheid en gewasveiligheid wordt nogmaals bevestigd door de resultaten van deze proef.