Langetermijnproef landbouwstrategieën

Op perceel Duigemhof is een langetermijnproef opgestart die de komende vijf jaar verschillende landbouwstrategieën naast elkaar zal testen. Het doel? Inzicht krijgen in hun impact op bodemkwaliteit, gewasopbrengst en financiële haalbaarheid.

Op het perceel worden vijf strategieën met elkaar vergeleken:

  • Strategie ‘Klassiek akkerbouw ploegen’
    Een klassiek akkerbouwsysteem waar geploegd wordt. Gewasbescherming en bemesting gebeuren volgens de gangbare landbouwpraktijk, op basis van advies en IPM.
  • Strategie ‘Klassiek akkerbouw niet-kerend’
    Een klassiek akkerbouwsysteem waar niet-kerend gewerkt wordt. Gewasbescherming en bemesting gebeuren volgens de gangbare landbouwpraktijk, op basis van advies en IPM.
  • Strategie ‘Directzaai’
    Binnen deze strategie wordt stapsgewijs toegewerkt naar een minimale bodembewerking en uiteindelijk naar directzaai. Waar nodig, worden voor gewasbescherming en bemesting chemische inputs gebruikt.
  • Strategie ‘Regeneratief’
    In dit object worden de principes van regeneratieve landbouw maximaal toegepast: minimale bodemverstoring, een permanent bedekte bodem, verhoogde gewasdiversiteit, levende wortels gedurende een zo groot mogelijk deel van het jaar en de integratie van dieren in het landbouwsysteem.
  • Strategie ‘Biologisch’
    Dit object wordt beheerd volgens het lastenboek van de biologische landbouw. Het type bodembewerking wordt per teelt afgestemd op de onkruiddruk en de weersomstandigheden, met een voorkeur voor een niet-kerende bodembewerking.

Voor elk systeem worden de gangbare praktijken toegepast, zodat de resultaten representatief zijn voor de praktijk. Met deze opzet willen we niet alleen de effecten op de bodem monitoren, maar ook opbrengsten en kosten nauwkeurig opvolgen.

03/11/2026

De opkomst voor alle objecten ligt ongeveer in dezelfde lijn (gemiddeld tussen de 27 en 32 planten per meter), behalve voor het bio object. Hier kende de opkomst een gemiddelde van 17 planten per meter.

Een belangrijk aspect in het najaar is de bladluisdruk. Bladluizen kunnen dwergvergelingsvirus overbrengen op de wintergerst, dat verstoppingen veroorzaakt van de transportvaten waarmee de plant de suikers vervoert. Doordat de cellen niet meer de juiste voedingsstoffen ontvangen, stopt de groei en treedt er een bladverkleuring op. Na opkomst in het najaar van de wintergerst zijn de planten meteen gevoelig: gevleugelde, virusdragende bladluizen komen van bijvoorbeeld maïspercelen tot in de graanpercelen en infecteren de plantjes wanneer ze zich voeden met plantensap. Daarnaast kunnen de gevleugelde bladluizen ook ongevleugelde nakomelingen voortbrengen. Deze zijn virusvrij, maar kunnen geïnfecteerd raken doordat ze zich voeden met geïnfecteerde graanplanten. Nadien kunnen ze ook het virus verspreiden.

Enkele belangrijke factoren, zoals de aanwezigheid van een geïnfecteerd maïsperceel, vroege zaai van de wintergerst en een zachte herfst bevorderen de aanwezigheid van bladluizen. Om die reden is het belangrijk om regelmatig waarnemingen te doen en enkel te behandelen wanneer nodig. Wanneer de schadedrempel bereikt wordt, kan de bladluis chemisch bestreden worden. LCG volgt op in welke regio’s behandelen noodzakelijk is.  

Er waren al duidelijke verschillen zichtbaar tussen de verschillende objecten (Figuur 5). Zo werd in het directzaai object een opvallend hoog aandeel bladluizen waargenomen. Doordat de wintergerst rechtstreeks door de groenbedekker gezaaid werd, zitten de bladluizen hier warm en beschut tussen het afstervend mengsel. Bovendien bevat het mengsel Japanse haver, een waardplant voor bladluizen. Ook in het regeneratieve object, waar nog een deel van de klaver aanwezig blijft, werden iets meer bladluizen geteld.

Figuur 5: Aantal bladluizen per object, geteld op twee keer 100 planten op 3/11/2026. De wintergerst is in stadium ‘eerste blad’
Tarwe komt op tussen de restanten van het groenbedekkermengsel in de directzaaistrook. Voor bladluizen een ideale omgeving: warm en beschut.

02/10/2026

Vlak voor de zaai van de wintergerst werden er nitraatresidustalen genomen. Aangezien wintertarwe tot de niet-nitraatgevoelige teelten behoort én er op elk object gewerkt werd met een tussenvanggewas werden hier lage resultaten verwacht. Voor elk object vielen de waarden ruim onder de drempelwaarden (Tabel 2).

Tabel 2: Nitraatresiduwaarden gemeten binnen de nitraatresidu campagne op 2 oktober 2026.

StrookResultaat 0-30cm in kg N/haResultaat 30-60cm in kg N/haResultaat 60-90cm in kg N/haNitraatresidu 0-90cm in kg N/ha
Klassiek ploegen711927
Klassiek niet kerend611522
Directzaai34<39
Regeneratief67316
Bio911626

11/10/2026 – 16/10/2026

Op 11 oktober werd de wintergerst (variëteit Zorica) in de directzaai strook rechtsreeks door het groenbedekkermengsel gezaaid met een Sky Agriculture. De groenbedekker zal vernietigd worden met glyfosaat in vooropkomst. De zaai-omstandigheden waren goed.

Met een Sky Agriculture directzaaimachine werd de wintergerst rechtstreeks door het groenbedekkermengsel gezaaid.

De andere stroken worden op 14 en 15 oktober ingezaaid. Ook in de objecten ‘ploegen’ en ‘niet kerend’ werd de variëteit Zorica ingezaaid. Zorica is een redelijk nieuw ras die voorlopig in de rassenproeven hoge opbrengsten behaalt. Het ras is tolerant voor dwergvergelingsvirus. Er werd 12 oktober geploegd op 25cm in het object ‘ploegen’. Op 13 oktober worden de objecten ‘niet kerend’, ‘regeneratief’ en ‘biologisch’ bewerkt met de schijveneg, op een diepte van ongeveer 8 tot 10cm. Voor de regeneratieve en biologische strook wordt er geprobeerd iets oppervlakkiger te werken.

Schijveneg aan het werk.

In de regeneratieve strook wordt een mengsel van drie rassen gezaaid: Alienor, Zefira en Zorica. Vlak voor de zaai werden de zaden behandeld met een biostimulant, bestaande uit gefermenteerde bosgrond (humiferm), melasse, humine- en fulvinezuren en TMF. De humine en fulvine zouden volgens sommige bronnen de vroege wortelontwikkeling stimuleren en de beschikbaarheid van nutriënten verhogen, al is het wetenschappelijk bewijs hiervoor wisselend. De humiferm brengt organisch materiaal en microbieel leven aan. Aangezien het moeilijk was aan niet-ontsmet zaad te geraken, waren we genoodzaakt zaad te gebruiken dat ontsmet was met Celeste. Dit zou echter enkel in hoge dosissen in labo-omstandigheden nefast zijn voor bacteriën, maar niet in de dosis die gangbaar gebruikt wordt voor zaadontsmetting. De biostimulant werd toegevoegd aan het zaad en gemengd met een betonmolen. In de biologische strook wordt een bio-variëiteit Alienor gezaaid.

De biostimulant werd toegevoegd aan het zaad en gemengd met een betonmolen.
De klaver op de regeneratieve strook bevat veel wortelknobbeltjes. De klaver zal verteerd worden en extra stikstof vrijstellen. 

Om de onkruiddruk voor te zijn wordt er 16/10 meteen gewiedegd in de stroken ‘regeneratief’ en ‘biologisch’.

02/10/2026

Binnenkort wordt de wintergerst gezaaid en dient de groenbedekker vernietigd te worden. Voor we dit doen, namen we een kijkje op het perceel. In het algemeen is de groenbedekker nog goed ontwikkeld geraakt tijdens deze korte periode. Het voornaamste doel is bereikt: de bodem is mooi bedekt.

De Japanse haver deed het zowel in object ploegen als object niet-kerend goed. We zagen mooie bovengrondse én ondergrondse ontwikkeling. Japanse haver kan veel bijdragen aan de aanvoer van effectieve organische koolstof (EOC), mits hij voldoende biomassa kan maken.

Bovengrondse en ondergrondse ontwikkeling Japanse haver in object ploegen (links) en niet kerend (rechts):

In de objecten directzaai en regeneratief werd hetzelfde mengsel ingezaaid, maar er zijn toch opvallende verschillen. Zo staat het mengsel in de regeneratieve strook minder gelijkmatig, maar vinden we hier wel veel meer klavers in terug. De wortelontwikkeling lijkt beter in de directzaai strook, en er zijn meer wortelknobbeltjes aanwezig.

Groenbedekkerontwikkeling in de regeneratieve strook:

Groenbedekkerontwikkeling in de strook directzaai:

In de directzaai strook zien we duidelijk de vele wortelknobbeltjes aan de wortels van de veldboon:

In beide objecten zien we een sterke ontwikkeling van de wortel van de bladrammenas: deze penwortel maakt geen vertakkingen maar kan makkelijk door compacte lagen groeien en maakt de bodem luchtig.

Penwortel van bladrammenas in object directzaai en regeneratief:

Het bio-mengsel kent ook een mooie ontwikkeling, al is de voederwikke iets moeilijker terug te vinden. De penwortel van de bladrammenas is minder uitgesproken dan in de objecten directzaai en regeneratief. We zien wel een grote aanwezigheid van wortelknobbeltjes in de wortels van de voederwikke.

Ontwikkeling groenbedekkermengsel in de biologische strook, met talrijke wortelknobbeltjes aanwezig in de wortels:

De stroken zullen geklepeld worden, buiten die van directzaai, zodat er wintergerst gezaaid kan worden zodra er regen valt.

19/08/2026

In de tweede helft van augustus viel er eindelijk voldoende regen om de groenbedekkers te kunnen zaaien. Alle stroken, buiten die van directzaai, werden voor de zaai even opgetrokken. Nadien werden de stroken ‘directzaai’ en ‘regeneratief’ ingezaaid met een directzaaimachine van Claydon. Op de regeneratieve strook lag het stro niet gelijkmatig verdeeld, waardoor de machine af en toe op stropte.

De directzaaimachine heeft drie zaadtanken. Het mengsel voor de stroken ‘directzaai’ en ‘regeneratief’ werd zelf samengesteld en op voorhand gemengd zonder de veldboon. De veldbonen zijn een stuk groter dan de andere zaden en worden via een aparte zaadtank gezaaid. Op deze manier kunnen ze makkelijker gelijkmatig gezaaid worden. In de derde tank zit elementaire zwavel die bij gegeven werd aan een dichtheid van 30kg/ha. Elementaire zwavel wordt door het bodemleven geleidelijk omgezet in opneembare sulfaat voor de plant.

Een week nadien werden ook de andere stroken ingezaaid met groenbedekker. De groenbedekkers worden ingezaaid als tussenvanggewas, die maar voor enkele weken op het veld staan. Dit is minder gebruikelijk maar zeker niet minder nuttig. Ook voor een korte periode, al vanaf 5 weken, heeft de bodem baat bij een vanggewas. Het bodemleven blijft gevoed, er is minder nood aan onkruidbestrijding en kostbare nutriënten worden opgenomen én later weer vrijgesteld voor de volgteelt.

StrookGroenbedekkerZaaidichtheid
Klassiek ploegenJapanse haver60 kg/ha
Klassiek niet kerendJapanse haver60 kg/ha
DirectzaaiEigen mengsel*55 kg/ha
RegeneratiefEigen mengsel*55 kg/ha
BioSchnelbegrüner mit 100% biol. Anteil (Camena Samen)**60 kg/ha

Tabel 1: Groenbedekkers per strategie. Samenstelling mengsels:
*: 2kg/ha Facelia, 3kg/ha Alexandrijnse klaver, 1kg/ha Bladrammenas, 1kg/ha Niger, 5kg/ha Japanse haver, 15kg/ha Zomerwikke, 25kg/ha Veldboon, 3kg/ha Zonnebloem
**: 70% Voederwikke uit biologische teelt, 12,5% Witte mosterd uit biologische teelt, 17,5% Bladrammenas uit biologische teelt

20/07/2026

Onder goede omstandigheden en relatief vroeg kon de wintertarwe geoogst worden op het perceel. De vochtgehaltes lagen tussen de 12,2 en 14,5%. De opbrengsten voor de klassieke en directzaai strategie lagen rond de 12.5 ton/hectare (herrekend naar standaard vochtpercentage 14%). De opbrengst van de regeneratieve strategie lag significant lager, met een gemiddelde opbrengst van ongeveer 10.6 ton/ha. Nog een stuk lager lag de opbrengst van de biologische strategie, met een gemiddelde van 4.9 ton/ha (Figuur 4). Door de weersomstandigheden in het voorjaar kon er pas relatief laat drijfmest gevoerd worden op de biologische strook, waardoor de tarwe mogelijks al te groot stond.

Op de regeneratieve strook werd het stro gehakseld en op het perceel gelaten. Op deze manier wordt er gewerkt aan het organisch koolstofgehalte in de bodem. Er dient hierbij wel opgelet te worden voor stikstofimmobilisatie bij de groenbedekker die nadien gezaaid wordt. Om stikstofimmobilisatie te voorkomen kan er drijfmest bijgegeven worden. Door de extreem droge omstandigheden momenteel kon de groenbedekker nog niet gezaaid worden en werd er besloten geen drijfmest meer te voeren.

Figuur 4: Opbrengstcijfers wintertarwe.
Opbrengst per plot, herrekend naar ton/ha rekening houdend met het vochtpercentage

Voorjaar 2026

Op 14 april en 8 mei werd het perceel beoordeeld naar ziektedruk. Op het hele perceel werd bladvlekkenziekte waargenomen, zowel op 14 april als 8 mei. Op 14 april werd er een hogere druk gevonden in de strategieën ‘klassiek ploegen’, ‘klassiek nkb’, en ‘directzaai’, terwijl op 8 mei de druk hoger was in de strategieën ‘regeneratief’ en ‘bio’ (Figuur 3). We kozen, afhankelijk van de strategie, voor verschillende rassen. Voor bio ging dit om het ras Wendelin, voor de regeneratieve strategie kozen we voor een mengsel van Tomjol, Sverre en Horizon. De andere strategieën werden met Horizon ingezaaid. Een eerste algemene ziektebestrijding werd uitgevoerd op 8 mei in alle objecten buiten ‘regeneratief’ en ‘bio’. Een tweede bestrijding werd in alle objecten, buiten bio, uitgevoerd op 27 mei.

Bruine roest werd enkel waargenomen in de biologische strategie, terwijl meeldauw overal waargenomen werd buiten op het biologisch object. Gele roest werd pas waargenomen op het perceel op 8 mei, mogelijks in de hand gewerkt door de kleine koude dip begin mei. Enkel de strategieën ‘directzaai’ en ‘klassiek nkb’ werden aangetast.

Voorjaar 2026

In het voorjaar zagen we duidelijk een hogere onkruiddruk in de regeneratieve strategie. Ook in de strategie ‘biologisch’ werden meer onkruiden gevonden (Figuur 2). De hogere onkruiddruk in de regeneratieve strategie was voornamelijk toe te wijzen aan grassen, terwijl in de biologische strategie dit een mengeling was van grassen, heermoes, klaver en klaproos. In beide strategieën werd enkel mechanische onkruidbestrijding toegepast, met één wiedeg doorgang in het najaar (december) en één in het voorjaar (maart). In de bio-strategie werd begin april nog eens gewiedegd, wat niet meer mogelijk was in de regeneratieve strook door de onderzaai van de klaver.

Figuur 2: Onkruiddruk op het perceel. Tellingen werden per herhaling uitgevoerd in een telvierkant van 1m².
Figuur 2: Onkruiddruk op het perceel. Tellingen werden per herhaling uitgevoerd in een telvierkant van 1m².

17/06/2026

Op de regeneratieve strategie heeft de klaver onderzaai zich mooi ontwikkeld. Aangezien klaver tot de vlinderbloemigen familie behoort, is deze in staat zelf stikstof te fixeren. De plant doet dit in samenwerking met de Rhizobium bacterie. Deze bacterie leeft in wortelknolletjes van de klaverplant en zet stikstof om naar ammonium, dat bruikbaar is voor de plant. In ruil levert de klaver suikers voor de bacterie. Of de bacteriën actief zijn kan je makkelijk nakijken door een plant uit te graven: als de wortelknolletjes lichtroze zijn, zijn de bacteriën aanwezig en wordt er stikstof geleverd aan de klaver!

Een actief wortelknolletje is lichtroze van kleur
Een actief wortelknolletje is lichtroze van kleur

24/03/2026

De voorjaarsbemesting kon relatief laat uitgevoerd worden door de natte omstandigheden. In de objecten ploegen, niet kerend en directzaai werd een eerste fractie van 100 eenheden gespoten op basis van de stikstofindex. Omdat we in de strook agro-ecologisch de afhankelijkheid van het gewas van minerale stikstof willen reduceren, hebben we de eerste fractie hier gehalveerd. Op deze manier hopen we de plant te stimuleren om de exudatie hoog te houden, wat dan weer de symbiose met het bodemleven bevordert. Voor een efficiëntere omzetting van stikstof in aminozuren en eiwitten werd in de objecten ook zwavel toegevoegd. In het bio-object wordt er runderdrijfmest toegevoegd wanneer de omstandigheden dit toelaten.

23/03/2026

Het perceel droogt traag op tijdens het natte voorjaar waardoor de mechanische onkruidbestrijding in de regeneratieve en bio-strook een tijdje op zich liet wachten. Op 23 maart had het perceel voldoende draagkracht om te kunnen wiedeggen.

Figuur 1: Toestand op het perceel op 24 februari.

Tegelijkertijd met het wiedeggen werd er witte cultuurklaver ingezaaid in de regeneratieve strook aan een dichtheid van 6kg/ha. De onderzaai van klaver verbetert de bodemstructuur en kan onkruiden onderdrukken. Wanneer de klaver ondergewerkt wordt kan een deel van de gebonden stikstof benut worden door het volggewas.

Najaar 2025

Dit najaar werd er wintertarwe ingezaaid. We kozen voor de variëteit Horizon in de objecten Klassiek akkerbouw ploegen, Directzaai en Klassiek akkerbouw niet-kerende bodembewerking en voor Wendelin in de strategie Biologisch. Voor de strategie Regeneratief werd een mengsel van Tomjol, Sverre en Horizon ingezaaid.

Interessante publicaties in dit thema

Er werd geen inhoud gevonden.

Interessante projecten binnen dit thema

Er werd geen inhoud gevonden.

Heb je een vraag? Contacteer me!

Blijf op de hoogte!

Houd onze activiteitenpagina in het oog of abonneer je op onze nieuwsbrief. Zo mis je geen enkel infomoment en blijf je op de hoogte van ons onderzoek.